Ops Blue Beam

Opmerking: De foto's ter illustraties zullen later toegevoegd worden.

Op maandag 23 september 1991 lopen in Brussel de eerste verontrustende telexen binnen. Een deel van het Zaïrees leger slaat aan het muiten. Dat geeft aanleiding tot massale plunderingen. Naarmate de avond vordert, wordt de toon van deze berichten dramatischer. In de nacht van maandag 23 september op dinsdag 24 september 1991, besluit de regering Belgische Para-Commando's te sturen, om er in samenwerking met de Fransen de vrijwillige, maar aanbevolen evacuatie van de buitenlanders te beschermen. Het kernkabinet vermeldt uitdrukkelijk dat het om een louter humanitaire actie gaat, waarbij "elke inmenging in de binnenlandse aangelegenheden uitgesloten is". SABENA stuurt een lege DC-10 voorop naar Brazzaville. Een tweede DC-10 en een Boeing 747 worden klaar gehouden om Belgische militairen over te vliegen.

Voor heel wat Para-Commando's kwam de oproep om zich bij hun eenheid te voegen vrij onverwacht. Velen onder hen hadden de week voordien immers deelgenomen aan de NATO-oefening "Certain Shield" in Duitsland. Na een welverdiend verlengd weekend werden ze plots naar de kazerne geroepen. Bij hun aankomst kregen ze een korte briefing over de situatie in Zaïre. Daarna konden ze hun volledige uitrusting ophalen, en vóór het nieuws van de plunderingen echt door de media werd verspreid, stonden onze Para-Commando's klaar om te vertrekken. Start van de operatie die als codenaam "Blue Beam" meekrijgt. De eersten om te vertrekken zijn devolgende:

      1. 11, 13 en 21 Cie - 1 Para, Diest
      2. 15 Cie - 3 Para, Tielen
      3. Een peloton v/h Escadron Recce, Stockem
      4. De Staf v/h Regiment, Everberg
      5. De commandoposten van 1 en 3 Para, (Diest en Tielen)
      6. Hun respectievelijke pelotons Mortieren, (Diest en Tielen)
      7. Het volledige peloton Training, (Schaffen)
      8. Een deel van het peloton RavAir, (Schaffen)

Dat onze Para-Commando's zeer snel kunnen ingezet worden, weten we al langer. Deze keer waren ze uiterst snel. De eerste toestellen stegen op 24 1530 september 1991, amper twaalf uur na de regeringsbeslissing. Toen onze Para-Commando's om middernacht in Brazzaville landden, wist eigenlijk niemand wat er hen in Kinshasa te wachten zou staan. Dat er in het buurland Congo-Brazzaville geland werd en niet meteen in Kinshasa, was daar één van de gevolgen van. Brazzaville zou door zijn ligging echter een uiterst belangrijke rol gaan spelen in deze operatie. Brazzaville, hoofdstad van Congo-Brazzaville, wordt door de 500 meter brede Zaïre stroom, gescheiden van Kinshasa, hoofdstad van Zaïre. Vanuit Brazzaville kon men de toestand in Kinshasa, en meer bepaald op het vliegveld van N'Djili inschatten. De luchthaven van N'Djili moest het bruggehoofd worden in Zaïre. Van daaruit zou Kolonel Stafbrevethouder André De Smet, Commandant van het Regiment Para-Commando, de evacuatieoperatie leiden. Op het ogenblik dat de Belgen in Brazzaville landden, was echter nog niet duidelijk of de Franse troepen die vanuit Ndjamena, (Tsjaad), en Bangui, (Centraal-Afrikaanse Republiek) kwamen, meester waren van de situatie op het vliegveld van N'Djili. bovendien was er nogal wat wantrouwen over de vliegtechnische installaties van het vliegveld van N'Djili om een probleemloze landing bij nacht te waarborgen.

Toen de eerste para's woensdagmorgen toch vanuit Brazzaville naar N'Djili vlogen, was het vliegveld in Franse handen, zodat het Ops Center, (Centrum van waaruit de operaties geleid werden), nagenoeg onmiddellijk kon worden ingericht. De situatie op het vliegveld was chaotisch. De infrastructuur was volledig vernietigd, bureau's, keukens en wachtzalen waren gesloopt, als wat niet te zwaar of te heet was, was verdwenen Er restte enkel nog een onbeschrijflijke wanorde, een laag papier en afval die tot aan de knieën reikte. Het Ops Center werd voornamelijk bemand door Kolonel Vlieger Jo Huybens, Comd van de 15 Wing en Kolonel SBH André De Smet, Comd van het Regiment. De foto hiernaast geeft duidelijk weer in welke omstandigheden beide Officieren dienden te werken. Nochtans zullen de Comd van de luchtoperaties en de Comd van de landoperaties weeral eens voortreffelijk werk leveren.

Kolonel Stafbrevethouder De Smet stond voor een tweeledige opdracht: Primo: de samenwerking met de Franse militairen organiseren en secundo: de aanwezige eenheden leiden om efficiënt op te treden daar waar het nodig zou blijken. De Kolonel lichtte de plaatselijke autoriteiten in over de bedoelingen en de plannen van de Belgische militairen en verkreeg de nodige toestemmingen om de evacuatie daadwerkelijk te starten.

De samenwerking met de Franse militairen stelde weinig problemen, (anders dan in Kolwezi '78 !). De Franse troepen die ingezet werden waren onder andere de 5 Compagnie van het 21 R.I.Ma, (21ème Régiment d'Infanterie de la Marine), onder het commando van Colonel Alain Pelegrini. Deze eenheid ligt normaal gekazerneerd te Fréjus aan de Côte d'Azur, maar zat reeds sinds 1990 in Tjaad. Er was ook een Compagnie van het 2 REP, (moeten ze nog voorgesteld worden), en nog een andere Compagnie, maar ik heb niet kunnen achterhalen tot welke eenheid deze Compagnie behoorde. En zo kwam de 15 Cie van 3 Para onder het bevel van de Fransen te staan. De eenheid kreeg de opdracht samen met hen in Kinshasa te patrouilleren en er de Franse ambassade te helpen bewaken. De twee pelotons mortieren werden bij de Belgische Ambassade opgesteld. Daar hield het ambassadepersoneel zich reeds bezig met het verzamelen van de mensen die naar België wensten terug te keren.

Op donderdag kwamen meer Belgische Para-Commando's aan in de Zaïrese hoofdstad. De 17 Cie en het Pon Diensten van de Staf- en Dienstencompagnie van 3 Para. Andere eenheden waren echter minder fortuinlijk. De 22 Cie en de rest van het Comdo 3 Para en het Escadron Recce werden in Brazzaville opgehouden omdat ze geen toestemming kregen om Zaïre binnen te komen. LtKol o.r. Philippe Lattaque maakt de volgende opmerking, (hij was toen Comd van de Cie ATK): De Cie ATK komt toe in N'Djili van bij het begin van de operatie. Een peloton van de Cie, kompleet met wapens en munitie is permanent aanwezig geweest in Kinshasa, eerst in de nabijheid van het strand, daar CAMAC. Dagelijks waren er patrouilles in Kinshasa, en contacten met de Europeanen. In deze periode werd de helft van de stock van de munitie van de Cie overgebracht naar Kinshasa. De Cie ATK werd naar Matadi en Boma gestuurd met twee C-130's. voor een evacuatieopdracht, vervolgens zijn zij langs de weg terug naar Kinshasa gekeerd, (De kolonne bestond uit militaire en burgervoertuigen), met de Europeanen die wensten geëvacueerd te worden. Een peloton werd per C-130 naar Muanda gestuurd voor een beveiligingsopdracht. Bij het einde van de operatie heet de Cie het strand beveiligd voor de overtocht naar Brazzaville. Op 30 september 1991 waren er 1056 Para-Commando's in het operatiegebied, Brazzaville inbegrepen.

Ondertussen waren een aantal blanken reeds op eigen initiatief het land ontvlucht via onder andere Harare, (Zimbabwe), en Johannesburg, (Zuid-Afrika). In Kinshasa verzamelden de kandidaat-vluchtelingen uit de hoofdstad en omstreken op de afgesproken plaatsen. In één enkel geval moesten burgers door de militairen thuis worden afgehaald. Dat gebeurde op aanwijzing van andere burgers die via een draagbaar communicatiesysteem in voortdurend contact met elkaar bleven. Het ambassadepersoneel hield zich bezig met de administratieve formaliteiten. Donderdagnamiddag, één dag na de aankomst van de Para's, kon een eerste konvooi van ongeveer 1500 Belgen onder militaire bewaking de Zaïrestroom oversteken. In Brazzaville werden ze opgehaald door een burgervliegtuig. De luchthaven van Brazzaville kon de vloed vluchtelingen moeilijk verwerken en de wachttijden liepen dus op. Er werd beslist om naar andere transitluchthavens uit te kijken. Alle evacuaties uit Lubumbashi en omstreken zouden op die manier via Lusaka, (Zambië), verlopen. Ook uit andere steden liepen ondertussen meldingen van plunderingen en oproepen voor evacuatie binnen. Dergelijke oproepen kwamen er o.a. uit Kolwezi, (!), Likasi en Kananga.

De taak van de 15 Wing bestaat erin om de Para's te vervoeren naar het binnenland van Zaïre naar alle mogelijke plaatsen waar inzet van troepen noodzakelijk werd geoordeeld, ter bescherming en ontzetting van bedreigde personen. Bovendien moest rekening werden gehouden met de mogelijkheid van stormlandingen of droppings. De 15 Wing moet ook instaan voor het evacueren van alle niet-Zaïrese vluchtelingen die erom verzochten, en tenslotte de herontplooiing naar België. Volgende middelen, in samenwerking met SABENA, de USA en Portugal, werden ingezet:

  • 11 C-130's, (tien Belgische en een geleend door Portugal)
  • 2 Boeing 727
  • 7 C-141 van de US Air Force
  • 1 B-747 van SABENA
  • 3 DC-10 van SABENA

Een zeer positieve vaststelling was de solidariteit van de USA en Portugal. De eersten zetten zonder aarzelen een belangrijk potentieel in, dat toeliet in een minimum van tijd al het materiaal ter plaatse te brengen. De Portugezen werden in Zaïre volledig geïntegreerd in de operatie en voerden 150 vlieguren uit in de periode van 27 september tot 26 oktober. Het portugese toestel kreeg symbolisch het identificatienummer CH-14 mee, waarmee het geïntegreerd werd in de 15 Wing, (Immatriculatie van de C-130's gaat van CH-01 tot en met CH-12).

Kolonel De Smet moet nu de moeilijke beslissing nemen, welke troepen hij gaat inzetten in het binnenland. Vooral Kolwezi en Kananga ligt gevoelig. Snelle en degelijke beslissingen worden door de Comd van het Regiment genomen, en zo vertrekt de 11 Cie van 1 Para reeds op woensdag naar Kolwezi waar de situatie volgens de berichten vrij ernstig leek. Op donderdag 26 september beschermden ze de evacuatie van een groep van 207 mensen, hoofdzakelijk bestaande uit vrouwen en kinderen. 's Vrijdags kwamen er daar nog eens 179 bij. Hoewel het plunderen was opgehouden, bleef de situatie in Kolwezi echter vrij gespannen. De beroepsmilitairen in de Cie zien de luchthaven en stad terug waar ze 13 jaar eerder reeds intervenieerden met de Ops "Red Bean". De 17 Cie van 3 Para vertrok bijna onmiddellijk na haar aankomst op donderdag 26 september naar Kananga. De plunderaars hadden in deze stad enkel de winkelstraat leeggeroofd, maar daarna was de rust teruggekeerd. Een C-130 kon er zelfs ongestoord landen en 85 mensen evacueren nog voor de 17 Cie ter plaatse was. De eenheid beperkte zich dan ook tot het rustig controleren van de situatie en van de evacuatie. Op zondag 29 september voegde deze Cie zich dan bij de 11de in Kolwezi.

De 13 en 21 Cie vertrokken op donderdag 26 september naar Lubumbashi, in de provincie Shaba. Vanuit Lubumbashi werd ingestaan voor de evacuatie van de mensen uit Likasi, (zo een 120 km ten noord-westen van Lubumbashi), en ook vanuit Kipushi, (op de grens met Zambië). Veiligheidshalve werd er een stormlanding uitgevoerd op het vliegveld van Lubumbashi. De twee Cie's die onder leiding van Majoor Kesteloot werden opgesplitst in vier uitgebreide Pons, telkens gesteund door elementen van het Escadron Recce. Een peloton en twee Recce-voertuigen met Kapitein Vanderborght aan het hoofd vertrok onmiddellijk naar Likasi, aangezien de toestand daar het ergst was. De winkelstraat, de fabrieken en enkele huizen van burgers waren er volledig geplunderd en zelfs verwoest. Hier waren de buitenlanders samengekomen in het Lyceum van Likasi. Op hun aanwijzingen trok het peloton verder naaar Fungurume. Daar ontzetten ze een aantal mensen uit hun woningen. "De vreugdetaferelen die er zich afspeelden, zullen we nooit vergeten", vertelden de militairen die aan de actie hadden deelgenomen. Ook deze mensen werden samengebracht in het Lyceum van Likasi.

Ondertussen had zich een ander peloton op weg begeven naar Kipushi. Een derde Pon bleef op het vliegveld achter om het te beveiligen. In Kipushi was alles rustig. Er hadden ook geen plunderingen plaats gevonden. Toch verkozen sommigen uit veiligheidsoverwegingen de stad te verlaten.

Majoor Kesteloot had zijn hoofdkwartier inmiddels in de Belgische school van Lubumbashi ingericht. Daar verbleef een vierde Pon om er de bewaking te verzorgen. De Majoor nam er contact met de autoriteiten om hen in te lichten over de plannen, en om de communicatie vlot te laten verlopen werden er twee liaisonofficieren uitgewisseld. Nadien sprak hij er met de vertegenwoordigers van de verschillende gemeenschappen, zoals de Italianen, de Grieken en ook de Belgen. 's Zaterdags, (28/9), werden zo'n 150 mensen vanuit Likasi naar het vliegveld van Lubumbashi gebracht. Ook een dertigtal buitenlanders uit Kipushi en zo'n 150 Griekse vrouwen en kinderen werden er door Belgische C-130's naar Lusaka, (Zambië), gebracht waar ze konden overstappen in DC-10 toestellen van SABENA.

De volgende dag vertrokken nog eens een driehondertal mensen afkomstig uit Lubumbashi zelf. De opvang op het vliegveld gebeurde op een warme, vriendelijke manier. Dit werd erg geapprecieerd door de vele vluchtelingen, die vaak nog getraumatiseerd waren door de gebeurtenissen van de vorige dagen. Majoor Kesteloot kon terecht tevreden zijn over zijn troepen, en daarmee was er een voorlopig einde gekomen aan de evacuaties uit de streek. Velen voelden zich opnieuw veilig door de aanwezigheid van onze para-commando's en stelden hun vertrek dan ook uit om eventueel samen met de laatste militairen te vertrekken.

MATADI: Op zaterdag 28 september vertrok een sectie van het 3 Bataljon Para vergezeld van door twee Recce-jeeps, in een C-130 naar Matadi. Via een radioamateur die in contact stond met Brussel, was het hoofdkwartier in Kinshasa op de hoogte van de toestand in Matadi. De situatie was er relatief kalm, maar de vooruitzichten waren toch van die aard dat zowat alle buitenlanders geëvacueerd wensten te worden. Ook hier werd veiligheidshalve een stormlanding uitgevoerd. De toestand was er inderdaad rustig. Het contact met de mensen die er stonden te wachten, was meer dan hartelijk. Er werden 60 personen geëvacueerd waaronder Belgen, Portugezen, Zwitsers, Fransen, Nederlanders, Canadezen en Amerikanen. De sectie bracht er die nacht door onder de blote hemel en keerde de volgende dag met nog eens vier burgers terug naar Kinshasa. Ook in andere steden landden Belgische C-130's om er burgers te evacueren. Uit Mbandaka werden er op zaterdag 66 burgers geëvacueerd. 's Zondags slaagde een Pon van de 22 Cie erin 51 burgers en een zwaargekwetste mee te nemen uit Isiro en hen naar Kigali, (Rwanda), te brengen. Na veel heen- en weergepraat kreeg Commandant Druez van het Trg C Para uit Schaffen, die de leiding over de missie had, uiteindelijk de toestemming om hen te evacueren.

De rol van de 25 Despatchers van het Trg C Para uit Schaffen is zeker niet onbelangrijk! Hun eigenlijke functie is het droppen van het personeel van het Regiment. Ze vervullen in Zaïre een andere functie. Ze nemen de beveiliging van de vliegtuigen op onbekende vliegvelden op zich. Door hun kennis van de C-130 toestellen zijn zij ook de geknipte mensen om iedere missie te begeleiden waarbij mensen geëvacueerd worden. Zij vangen de mensen op en voorzien hen van eten en drinken aan boord van de vliegtuigen. Ook de logistiekers en zeker deze van de sectie Rav Air uit Schaffen mogen niet uit het oog verloren worden. Hun werk is nochtans van levensbelang. Zij staan in voor de bedeling van voedsel en water, maar ook van benzine, munitie en diens meer.

De komst van de Belgische en Franse Para's heeft er in ieder geval voor gezorgd dat er een einde is gekomen aan de plunderingen. Ze dwingen door hun uitrusting en hun verregaande training eerbied af, zowel bij de plaatselijke bevolking als bij de Zaïrese militairen. De Para's werden vaak op gejuich onthaald, ook door de Zaïrese bevolking. Langs de straten wuifden de Zaïresen opgewekt naar de voertuigen en onze militairen kwamen eigenlijk handen te kort om hun verwelkoming te beantwoorden. De aanwezigheid van Belgische militairen is voor hen een zekerheid dat de rust er voorlopig bewaard wordt. Toch moet er met diplomatie opgetreden worden. Kleine incidenten zouden immers als een provocatie kunnen worden opgevat. Kolonel Stafbrevethouder André De Smet heeft dit alles vakkundig kunnen omzeilen. En de Belgen waren uiterst tevreden met de aanwezigheid van onze militairen. Zij verwachtten dat de Belgische regering de troepen ter plaatse liet tot de rust er volledig teruggekeerd was.

Dit artikel schetst de toestand in Zaïre tot 2 oktober. Er zouden echter heel wat nieuwe ontwikkelingen komen die een ander licht op de toestand aldaar heeft geworpen. Hieronder een chronologisch overzicht van de toestand na 2 oktober 1991:

2 oktober 1991:
Er komt een einde aan de evacuatie operatie, uitgezonderd in de omgeving van Lubumbashi

4 oktober 1991:
De Belgische regering besluit om, in overleg met de Franse autoriteiten, een contingent van 150 militairen terug te trekken. Zij besluit eveneens om een nieuwe opdracht te geven aan de Belgische troepen ter plaatse. Deze nieuwe opdracht luidt:

  • Een zekere afschrikking verkrijgen door een passieve aanwezigheid;
  • Klaarstaan om de bewaking van vitale punten te verzekeren, evenals de bescherming van humanitaire hulpverlening.

12 oktober 1991:
Een tweede terugtrekking wordt bevolen. Een Compagnie van 90 militairen komt aan in België op 14 en 15 oktober.

21 oktober 1991:
Nieuwe plunderingen in Lubumbashi. De buitenlanders verzamelen in de plaatselijke Belgische scholen. De evacuaties herbeginnen aan een aanhoudend tempo.

25 oktober 1991:
De Belgische regering staat erop dat, gezien de laatste gebeurtenissen, de Belgische burgers Zaïre zou verlaten Hun evacuatie zou zo vlug mogelijk moeten verlopen opdat ze nog zouden kunnen profiteren van de bescherming van de Belgische militairen in Zaïre. Verscheidene landen geven eveneens opdracht aan hun burgers om Zaïre te verlaten.

27 oktober 1991:
Om 1730Hr wordt, gezien de situatie, besloten om het aantal Belgische troepen in Afrika te versterken met 140 Commando's van het 2 Bataljon Commando uit Flawinne. Negen uur na deze beslissing, vertrekt dit detachement uit België met als opdracht de evacuaties te vergemakkelijken en op te voeren. Met het akkoord van de Gabonese autoriteiten vestigt dit detachement zich in Libreville.

30 oktober 1991:
Na de evacuatie van de laatste landgenoten die Zaïre willen verlaten, tracht het Belgisch detachement van Kolwezi zich terug naar Kinshasa en Lubumbashi. Diezelfde dag beveelt de regering de totale terugtrekking van de Para-Commando's in Afrika. De eerste stappen van deze terugtrekking worden op 2 november gezet en zullen duren tot 6 november.

Evacuaties uit Zaïre:
Een totaal van 4.366 burgers werden geëvacueerd:

  • Brazzaville: 2.715 burgers uit 19 steden van Oost-zaïre;
  • Kigali: 631 burgers uit 10 steden van West-zaïre;
  • Lusaka: 1.020 burgers uit 3 steden van Zuid-zaïre.

Dragon Rouge, Dragon Noir, Red Bean en Blue Beam geven aan het Regiment Para-Commando en de 15 Wing de titel van "Kampioen in humanitaire operaties in Afrika", en deze titel hebben zij zeker niet gestolen!

Met dank aan Kolonel Stafbrevethouder o.r. André De Smet, en aan Luitenant-kolonel o.r. Philippe Lattaque voor hun gewaardeerde medewerking op het gebied van toelichtingen en correcties, zodat het artikel geen afbreuk zou doen aan de geschiedenis van deze operatie. Ook dank aan het Dakota Documentatiecentrum van de 15 Wing, voor documentatie en foto's.