Ops Dragon Noir

Opmerking: De foto's ter illustratie zullen later toegevoegd worden.

1. Voorbereiding van DRAGON NOIR:
Op basis van nieuw ontvangen berichten over de toestand van de gijzelaars in PAULIS, besluit Kolonel Laurent de ops "Dragon Noir" op te zetten. Die dag van 25 november 1964, werd bijna uitsluitend besteed aan het vergaren van informatie komende van vluchtelingen, terwijl de Para-Cdo's teruggetrokken in de onmiddellijke nabijheid van het vliegveld van STAN, van een welverdiende rust genietten.

De 12 Cie van het 2 Cdo en de Staf Cie van het 1 Para zouden niet deelnemen aan Dragon Noir omdat zij verder de evacuatie van vluchtelingen en gijzelaars in goede banen moesten leiden, en om hen bescherming te verlenen, tegen mogelijke aanvallen van de Simba's. Tevens werden 14 soldaten van de 13 Cie van het 1 Para in STAN gelaten omdat zij ziek waren of last hadden van een zonneslag. Op basis van de verzamelde informatie, bood enkel het vliegveld van PAULIS voldoende garanties om te springen, te hergroeperen en te interveniëren. De hoofdfactoren voor het overleven en ontzetten van de gijzelaars. Het bevel voor Dragon Noir werd ontvangen om middernacht van 25 november.

2. Innemen van PAULIS:
Nauwelijk 48 uur na Dragon Rouge zou dus de tweede operatie van een ganse reeks uitgevoerd worden. En Dragon Noir was doordrongen van talrijke moeilijkheden. Op donderdag 26 november 1964 om 0300Hr, stegen 4 C-130E op van het vliegveld van STAN. Objectief: PAULIS. Nu moet men weten dat het vliegveld van PAULIS nauwelijks een zakdoek groot is. Er was slechts één runway van 900 meter lang bij 80 meter breed. En dit in een kleine oase van het immens grote Evenaarswoud.

Door het feit dat er enorm veel mist hing boven PAULIS maakte de leader van de formatie, eerst een verkenningsvlucht, voor hij zijn Para's zou droppen. De twee volgende toestellen braaktten de Para's uit boven het vliegveld en het vierde toestel dropte de zware wapens, reserve munitie en voorraden. Toen sprongen eveneens de Despatchers.

Men kan hier niet echt van een verrassingseffect spreken, zoals dat het geval was in STAN. Verschillende Herc's werden immers getroffen door .50 kogels van de rebellen. Gelukkig waren het inslagen, her en der, die weinig of geen schade aanrichtten aangezien de rebellen door de mist geen effectief vuur konden leveren. Sergeant ROSSINFOSSE werd bij het springen, op het ogenblik dat zijn parachute openging, in volle borst door een kogel getroffen. Hij overleefde dit voorval door het feit dat de kogel terechtkwam in een reservelader van zijn wapen dat hij in een zak van zijn smokevest droeg.

Net zoals in STAN maakten de Para's onmiddellijk de runway vrij terwijl een klein groepje een mitrailleursnest van de rebellen aanviel en onschadelijk maakten. Dit mitrailleursnest stond opgesteld op het einde van de runway en betekende een reëel gevaar voor opstijgende vliegtuigen.

In het luchthavengebouw liet de Nederlandse Consul aan de Para's weten dat er vrouwen en kinderen opgesloten zaten in het Mangreth hotel, terwijl de mannen opgesloten zaten in de katholieke missiepost van de Paters en Zusters Domenikanen. Van 0600 tot 0900Hr werden 250 blanken bevrijdt in een straal van 8 kilometer rond het vliegveld. De gijzelaars waren allen geterroriseerd. Als vergelding voor Dragon Rouge hadden de Simba's de dag ervoor een twaaltal gijzelaars op gruwelijke wijze afgemaakt met machettes, houten "bats", en bierflesscherven. Men mag opmerken dat de Simba's ontzettend gruwelijk te werk gingen. Het was alsof het zien van bloed hen nog meer ophitste.

Op 500 meter van de luchthaven, op een kruispunt niet ver van een belangrijk atelier van de maatschappij VICICONGO, werd het 3 Peloton van de 11 Cie opgehouden door een fusilade tussen Simba's en Para's. Tijdens de tegenaanval werd Korporaal Lucien WELVAERT getroffen door verschillende kogels in de rug, en overleed ter plaatse. Zijn collega, mitrailleur VANDERSTAPPEN werd aan de arm gewond en afgevoerd. Op de luchthaven werden twee Recce jeeps ontscheept ongeveer 40 minuten na de para-drop. Zij beschoten het hoge gras aan het oostelijke einde van de runway, waar Simba's verscholen zaten. Enkele AS 24 zouden later die dag ook nog volgen. Toen de Herc's terug waren scheepten zij zowel blanke als zwarte gijzelaars in, om hen naar veiliger oorden te brengen.

Verschillende gemotoriseerde patrouilles met voertuigen van allerlei aard, (vrachtwagens, jeeps, traktoren met aanhangwagens, ...), verlieten de stad. Op basis van heel preciese informatie zouden zij verschillende gijzelaars ophalen. Bij wijze van voorbeeld kan ik de patrouille van Cdt Holvoet aanhalen die op niet minder dan 40 kilometer van PAULIS, in EGBITA, negen gijzelaars is gaan bevrijden. De raids werden tijdelijk gestopt door het invallen van de nacht. De 240 manschappen trokken zich terug op een perimeter rond de luchthaven en de gebouwen van een lokale brouwerij. De runway van PAULIS beschikte niet over verlichting, zodat nachtelijk luchtverkeer onmogelijk was en een hondertal vluchtelingen hebben zo de nacht moeten doorbrengen op de luchthaven om pas 's anderendaags geëvacueerd te worden uit het inmiddels spookstad geworden PAULIS.

Op 27 november kwam het bevel dat de Para's zich moesten terugtrekken op STAN. De Herc's deden nog enkele vluchten met gijzelaars bevrijdt door enkele patrouilles in de vroege  ochtend, maar de vliegtuigen werden stilaan gevuld met zowel gijzelaars als Para's die werden teruggetrokken. Alzo werd de te verdedigen perimeter alsmaar kleiner. Om 1400Hr werden de schietsimulatoren in werking gesteld wat een fusilade teweeg bracht die kon vergeleken worden met deze van een Cie in verdediging, en de laatste elementen van de 13 Cie van 1 Para steeg op met bestemming STAN.

3. Epiloog:
Die avond van de 27ste was de Task Force herenigd te BAKA, nadat ze 2.400 gijzelaars van diverse nationaliteiten hadden bevrijdt. De prijs die hiervoor werd betaald was niet licht. Twee doden en dertien gewonden. Door de internationale druk verbood de Belgische regering de interventies DRAGON VERT te WATSA en DRAGON BLANC te BUNIA. Op 1 december werden onze troepen triomfantelijk onthaald tijdens een parade te Brussel en in Melsbroek werden Kolonel LAURENT en Kolonel GRADWELL door de Koning onderscheiden. De eenheden die deelnamen aan de beide operaties werden geciteerd op het dagorder van de Krijgsmacht.

In de regio van STANLEYVILLE bleef de 5 Gemechaniseerde Brigade van het ANC, de Colonnes van de Ommegang, hun verschillende humanitaire operaties verder uitvoeren. Kleine helden die door de tand des tijds in de vergeethoek belandden, (zie de website van de Compagnons van de Ommegang).

Een 12-tal jaar later werd door Israëlische Commando's eenzelfde operatie uitgevoerd op het vliegveld van ENTEBBE in OUGANDA. Het was 4 juli 1976 toen de operatie met codenaam "THUNDERBALL" plaats vond en op 20 mei 1978 ontplooid het Belgische Regiment Para-Commando zich opnieuw op Congolees grondgebied met de operatie "RED BEAN". Het zal trouwens niet de laatste operatie zijn die door onze Para-Cdo's wordt uitgevoerd. Para-Cdo's waar we terecht fier mogen op zijn. Men zegge het voort!