Ops Dragon Rouge

Opmerking: De foto's ter illustratie zullen later toegevoegd worden.

1: De voorbereiding van de operatie:

Op 12 en 13 november 1964, kreeg Kolonel Charles LAURENT, Commandant van het Regiment Para-Commando, de opdracht, om de Belgische en buitenlandse gijzelaars te ontzetten en hun veiligheid en evacuatie te verzekeren.

In die tijd beschikte België niet over de nodige vliegtuigen om een zo grote opdracht en zo ver van huis, uit te voeren met eigen middelen. De FAIRCHILD C-119G, "Flying Boxcar", kon deze opdracht niet aan, wegens hun beperking in actieradius en nuttige lading. Een praktische oplossing werd dus gezocht en gevonden bij de U.S. Air Force. Zij zou twaalf C-130E, "Hercules", toestellen ter beschikking stellen. Men moest evenwel Afrika omzeilen om voor de hand liggende redenen zowel op politiek vlak, als om de veiligheid te waarborgen.

Eens te BAKA was een C-130 in staat om 14 ton materiaal te vervoeren boven Congolees grondgebied.

Op het gebied van personeel, moest men het maximum manschappen meenemen, die operationeel "klaar" waren. Over welke eenheden beschikte men?

Het 1 Bataljon Para, (Diest):
Twee compagnies fuseliers en een steuncompagnie. Deze drie compagnies hadden allen reeds 11 maanden dienst, en alle manschappen waren "full" gebrevetteerd. Bovendien hadden zij de operationele vorming gevolgd.

Het is te zeggen dat allen konden springen met standaard wapen, FAL 7,62 mm, blindicide, mitrailleur MAG 7,62 mm en het mortier 81 mm. Zij kenden de techniek om te hergroeperen. In feite moest het 1 Para, het belangrijkste element van "Dragon Rouge" uitmaken.

Het 2 Bataljon Commando, (Flawinne):
Het 2 Bataljon Commando, had manschappen die slecht vijf maanden dienst hadden. Eén compagnie, de 12de van Kpt Luc RAES, had reeds 5 maal gesprongen, en was bijgevolg nog niet gebrevetteerd, (zij zouden pas op 16 december 1964 gebrevetteerd zijn), en hadden ook nog geen operationele vorming gevolgd. De 12 Cie zou wel ingezet worden tijdens "Dragon Rouge", maar zou niet springen.

Het 3 Bataljon Para, (Lombardsijde):
De manschappen van dit Bataljon waren pas onder de wapens geroepen. De vorige lichting, die echter kon werderopgeroepen worden binnen enkele uren, was juist afgezwaaid.

2: Beperkte middelen?:

Rekening houdende met de beschikbare tonnenmaat tussen europa en het Afrikaanse continent, werd het materiaal beperkt tot 4 Recce jeep en 4 Radio jeeps, evenals 11 driewielers AS24. Dus in principe zou elke gevechtscompagnie ter plaatse beschikken over 1 Recce jeep en 1 Radio jeep, plus 3 à 4 AS24. Er was ook een basic load munitie, drie dagen rantsoen en een ton medisch materiaal voorzien.

3. Organigram van de Task Force:

De operatie "Dragon Rouge" kon rekenen op de effectieven van een versterkt Bataljon:

  • 1. Een beperkte Staf van het Regiment:
    Verzekert de functies van de Staf en Diensten Compagnie
    12 manschappen onder bevel van Kolonel C. Laurent
  • 2. Het 1 Bataljon Para:
    365 manschappen onder bevel van Majoor J. Minne
    waaronder :
    • 11 Compagnie onder bevel van Kapitein E. Peirelinck
    • 13 Compagnie onder bevel van Luitenant A. Patte
    • De Staf Compagnie onder bevel van Kapitein C. Ramaekers
  • 3. Een detachement van het 2 Commando:
    145 manschappen
    • 12 Compagnie onder bevel van Kapitein L. Raes
  • 4. Een sectie van het 3 Para:
    • 3 manschappen onder bevel van Kapitein J. Lauwers
  • 5. Een detachement van het Bkg C Para:
    • 25 manschappen onder bevel van Majoor G. Ledant
  • 6. Een detachement RAV AIR:
    • 13 manschappen onder bevel van Kapitein A. Mullier
  • 7. Een medisch-chirurgische antenne:
    • 6 manschappen onder bevel van Geneesheer-Commandant H. Moons

4. Een discreet vertrek:

Op 15 november 1964, feest van de dynastie, verzekerde de 13 Compagnie van het 1 Para, de wacht aan de Koninklijke Paleizen. Zij werden discreet afgelost door een zustereenheid van het 2 Commando.

Twee dagen later, rond 2240Hr, vertrok de Task Force vanop de Basis van Kleine-Brogel, onttrokken aan het oog van nieuwsgierige blikken.

Teneinde voorbarige vragen te ontlopen vertrokken de vliegtuigen telkens met een interval van 15 minuten, en zij landden in Spanje voor een fuel stop in volle duisternis, en bleven met gesloten deuren zolang zij op de luchthaven stonden te refuelen. Als gevolg van laattijdige bevelen, zowel in Evreux, (Normandië - Frankrijk), thuisbasis van de Amerikaanse C-130's, als in Kleine-Brogel, verloor Kolonel Gradwell kostbare uren.

Tijdens de refueling op de basis van Moron de la Frontera, (Madrid), mochten de Para-Cdo's onder geen enkel beding de vliegtuigen verlaten. Er dient opgemerkt te worden dat het eerste toestel zijn toelating om Spanje te overvliegen slechts ontving enkele minuten voor hij de Pyreneën zou overvliegen. 's Anderendaags, op 18 november 1964, landde de Belgo-Amerikaanse expeditie op het eiland van Ascension voor de Congolese kust. In afwachting van hun "GO", verbleven de troepen nog drie dagen op het eiland. De troepen namen zoveel mogelijk rust, doorweven met oefeningen in verband met de nakende interventie. De Belgische en Amerikaanse Officieren namen ondertussen de tijd om hun "vuistslag" operatie voor te bereiden.

5: de "dekmantel" van de Belgo-Amerikaanse interventie:

Het was van essentieel belang voor het lukken van de humanitaire interventie, om het geheim te bewaren of ten minste het vrijgeven van informatie zolang mogelijk uit te stellen. Er was immers overeengekomen tussen België en de VSA, dat ingeval van een lek in de berichtgeving, de beweging van de troepen zou bekendgemaakt worden als een Belgo-Amerikaanse oefening in luchtlandingsoperaties op lange afstand, (USEUCOM OPLAN 319-64 - Dragon Rouge).

Deze intelectuele constructie zou als zeer waarschijnlijk overkomen in die mate dat het Regiment Para-Commando, als algemene reserve van de Belgische Generale Staf, gewoon was om dergelijke maneuvers uit te voeren. Nochtans waren er teveel militairen, op diverse echelons, betrokken bij deze operatie, zodat bepaalde geruchten verspreid geraakten, en het was moeilijk, omzeggens onmogelijk om deze geruchten in te dijken.

Daarbovenop zou in geval van lek, het diplomatieke corps de opdracht hebben gekregen om een communiqué te verspreiden in hun gastlanden, dat het hoogstens om een gezamenlijke militaire oefening ging, maar dat het misschien niet onmogelijk was dat de troepen zouden ingezet worden in een zuiver humanitair kader, en dit enkel en alleen in het geval dit nodig zou blijken, en ook enkel en alleen op expliciete vraag van de Congolese regering.

6: Koortsig afwachten:

Uiteindelijk komt de Task Force toe op de Basis van Kamina, (BAKA), in de ochtend van zondag 22 november 1964. Tijdens de nacht van 22 op 23 november stegen de manschappen in, in de Amerikaanse Hercules, die klaar staan om te vertrekken. Maar de operatie wordt nogmaals uitgesteld. Dit had te maken met een vergadering tussen Kolonel Laurent en Kolonel Stafbrevethouder Frédéric Vandewalle, Comd van de 5 Gemechaniseerde Brigade van het ANC, beter bekend onder de naam "Colonnes van de Ommegang". Kol Vandewalle stelde aan Kol Laurent voor om te wachten tot 24 november zodat hij de tijd had om met colonne "Lima One" en colonne "Lima Two" aansluiting te maken met de Para-Cdo's in Stanleyville. De "GO" voor "Dragon Rouge" werd vastgesteld op 24 november. Drop om 0600Hr zulu boven het vliegveld van Stan.

7: De moeilijkheden van het objectief:

De runway van Stan is 2.500 meter lang en 45 meter breed. Langs weerszijden van de runway was er een grasstrook van telkens 200 meter. Het vliegveld was verder afgebakend met een tropisch bos waar een ontvangstcomité van de rebellen zich makkelijk konden verschuilen.

De geografische ligging van het vliegveld van Stan liet een nadering op lage hoogte toe boven de Congo rivier. De methode bestond erin om 60 para's langs de beide achterste deuren te droppen in maximum 36 seconden. Dus 30 para's per stick. Eerst moest de runway en het vliegveld veroverd worden door 1 Para om daarna overgedragen te worden aan de UDA's van Servais en de Commando's van Luc Raes. Deze maatregel was genomen ingeval er gijzelaars dringend moesten geëvacueerd worden.

De landing op het vliegveld werd uiteindelijk goedgekeurd, maar de drop zou plaats hebben op ongeveer 700 voet, (200 meter), om niet op het asfalt van de runway terecht te komen, maar ook vooral om niet in de omliggende bossen verstrikt te raken. Maar het belangrijkste aspect: om zo weinig mogelijk tijd te laten om als levende schietschijf door de rebellen te worden gebruikt.

In de nacht van 23 op 24 november kregen de Belgische en Amerikaanse bevelhebbers hun groen licht. Codewoord "BIG" voor de Belgische bevelhebber en codewoord "PUNCH" voor de Amerikaanse bevelhebber. Operatie Dragon Rouge kon nu van start gaan.

8. Is luchtsteun noodzakelijk?

Op vraag van de Amerikaanse piloten, had LtKol Vl Bouzin beloofd om luchtsteun te geven aan de operatie door het inzetten van twee B-26K "Counter Invader". Deze hadden Kindu als basis en zij vervoegden de Hercules bij de samenloop van de rivieren "Aruwimi" en "Congo". Deze vuursteun was echter beperkt tot 1, (één), minuut. Er werd immers geoordeeld dat wegens afwezigheid van échte DCA, (Défense contre avions), door de rebellen, de aanwezigheid van deze toestellen een alarm zouden veroorzaken waardoor het verrassingseffect zou teniet gaan.

De vuursteun van beide toestellen was echter meer da nodig want na de para-drop kon Lt H. Legrelle vaststellen dat er overal rondom het vliegveld hulzen van chinese .50 patronen verspreid lagen. Gelukkig waren de meeste rebellen gevlucht bij het overvliegen van de twee "Counter Invaders".

9. Dispositief van de Hercules' op weg naar Stan:

In de eerste fase van Dragon Rouge had elke C-130 een specifieke taak toegewezen gekregen:

  • Toestellen 1 - 5 : 320 parachutisten
  • Toestellen 6 en 7 : 4 recce jeeps en 4 radio jeeps
  • Toestellen 8 en 9 : 128 commando's
  • Toestel 10 : 11 AS 24
  • Toestel 11 : Verschillende voorraden en munitie
  • Toestel 12 : Chirurgische antenne en medisch team
  • Toestel 13 : "Talkie Bird", (toestel voorzien voor communicatie op lange afstand).

10. Actie !

Om 0600Hr werpen vijf C-130's in lijn, met een interval van 30 seconden, 320 Para's van het 1 Para, af, boven Stan, en dit in 80 seconden. Op dat vroege ochtenduur ging men ervan uit dat de rebellen nog niet goed wakker waren. Bovendien wisten deze professionelen, uit ervaring door andere "Congo operaties", dat er 's morgens geen wind zou zijn, (inderdaad er was mist op de grond, dus géén wind). De hergroepering op de grond zou zo tamelijk snel kunnen gebeuren zonder al te veel problemen.

De tegenstand van de Simba's was te verwaarlozen. Met tussenpozen openden zij wel het vuur maar zij schoten eigenlijk meer in het wilde weg, zodat men moeilijk kan spreken van gericht vuren. Al zouden enkele para-commando's gewond raken door dit vuurspel, meer uit schrik dan uit tegenaanval op het door de Para's ingezette offensief om Stan te ontzetten.

  • Sdt BV Yves Warschotte, (enkelfractuur);
  • Kpl Mil Frans Van Aelter, (wervelfractuur);
  • Kpl BV André Dauberchy, (spierscheuring);
  • Sdt Mil de Radiguès, (verkoos op een olievat te landen i.p.v. op een collega).
    • Opmerking: bovenstaande militairen werden gewond bij de landing, de manschappen hieronder werder gewond bij de uitvoering van de operatie.
  • Sdt Mil Daniel Closset, (gewond door een kogel in de rug);
  • Kpl BV Joris Nobel, (gewond door een kogel in de bil);
  • Sdt Mil Alfons De Waegeneer, (gewond door een kogel in de buik - overleden in Leopoldville).

Nauwelijks op de grond begonnen de Para's zich per peloton te hergroeperen, en om tijd te winnen lieten zij hun helmen en parachutes ter plaatse. De landing zelf was dus een kompleet succes aangezien de Para's voor de eerste maal uit een C-130 sprongen, wat toch een groot verschil was met hun vertrouwde C-119 "Flying Boxcar". Sommige van mijn bronnen beweren zelfs dat Dragon Rouge, (en Noir), de doorslag heeft gegeven bij de aankoop van de 12 Belgische toestellen, die in 1972 geleverd werden.

Wat was het eerste objectief? Natuurlijk het vliegveld securiseren, want de 128 Commando's moesten nog landen, dus werd de landingsbaan vrijgemaakt van de olievaten en autowrakken, zodat de Commando's via een stormlanding voet aan grond konden zetten. Opmerking: bij het verwijderen van de autowrakken hielp Kol Laurent mee om een Chevrolet zonder wielen te verwijderen, er waren niet minder dan 20 manschappen nodig om het logge gevaarte te verplaatsen. Blijkbaar ging het niet naar de zin van een onderofficier die riep: "Allez Kolonel, duw eens wat harder", (sic).

Eveneens de luchthaven en haar gebouwen, met inbegrip van het SABENA guesthouse. Het POL depot, (Petrol, Oil, Lubricants). En last but not least de controletoren want van daaruit werd geschoten, alhoewel het geen gericht vuren was. Opmerking: Eén van de Commando's van de 12 Cie, was Sdt Mil Albert Christiaens uit Halle. Hij was een vriend ten huize. Begin jaren '80 tijdens een gesprek over Dragon Rouge liet hij zich ontvallen: "Als die zwarten zo goed hadden kunnen schieten, zoals wij, dan zouden we daar iets voorgehad hebben, (sic). Albert Christiaens is enkele jaren geleden overleden ten gevolge van een werkongeval.

De rebellen hadden aan de controletoren een splinternieuwe Chinese .50 in stelling gebracht, maar bij het zien van de wijnrode mutsen van onze Para's, sloegen zij in paniek en ze kozen het hazepad en lieten de .50 voor wat hij waard was, (het wapen was immers veel te zwaar om mee te sleuren).

Voor het beveiligen van de runway werd beroep gedaan op manschappen van de 12 Cie Commando van Luc Raes, en de UDA's van Auguste Servais, die opnieuw ten tonele waren verschenen. Er werden 4 road blocks opgericht langs de invalswegen van de luchthaven. Servais zou zijn UDA's opstellen in de onmiddellijke omgeving van het guesthouse SABENA, en de luchthavengebouwen. Hun beveiliging zou in de nacht van 24 op 25 november uitgebreid worden tot het nabijgelegen ziekenhuis. En ondertussen was het personeel om de luchthaveninstallaties te bemannen ook toegekomen, zodat de verkeersleiding van de toestellen kon beginnen. Deze verkeersleiding werd in eerste instantie waargenomen door een paar para's, die achteraf van de Amerikanen te horen kregen: "Outstanding! Job well done!".

Ondertussen maakten 1 Para en pelotons van de 12 Cie 2 Cdo zich meester van de stad. Er kwam toen het bericht binnengelopen dat de "huurlingen" Stan hadden bereikt. Men kan immers niet wegcijferen dat Kol SBH Vandewalle in zijn Ommegang ook troepen had onder bevel van huurlingen waarvan de bekenste Jean Schramme, "Mad" Mike Hoare en Bob Denard zijn. Mueller, Kowalsky en Noddyn zijn andere huurlingen die onder bevel van Kol Vandewalle stonden, die zelf onder commando van het ANC viel.

11. De operatie en de aansluiting met de Colonnes van de Ommegang:

Om 0700Hr was de luchthaven volledig onder controle van onze Para-cdo's, en de compagnies stormden door naar de stad die op ongeveer 4 km van de luchthaven ligt. De 12 Cie 2 Cdo via het noorden richting gevangenis en "Camp Léopold". De 11 Cie 1 Para richting centrum en het hotel Victoria. En de 13 Cie 1 Para deed beweging via het zuiden, richting Square Lumumba en het kamp "Sergeant Ketelé".

De Para's van het 3 Pon, 13 Cie, 1 Para daagden op in de "Rue Sergent Ketelé", waar zij op een verschrikkelijk schouwspel onthaald werden. Bij het zien van de rode mutsen sloegen de Simba's op de vlucht maar zij maakten tal van gijzelaars af, tijdens hun aftocht. Ongeveer 50 lichamen lagen dooreen in de straat. Sommigen waren slechts gewond en huilden van de pijn. De Para's zetten de achtervolging van de Simba's in en op het einde van de straat vonden zij het ontzielde lichaam van Kolonel Opepe, hoger Officier van het APL, (Armée Populaire de Libération, het leger van de Simba's). Hij was afgemaakt door zijn eigen manschappen.

Kolonel Laurent kwam met een AS 24 toe op de plaats van de slachtpartij. Hij was verbijsterd bij het zien van de lijken, en even leek het dat hij zijn emoties niet de baas kon. Een Para, hoe hard ook opgeleid, is en blijft een mens. Kolonel Laurent dacht een ogenblik dat gans de operatie tot niets had geleid. Een vriend klopte hem op de schouder, en zei: "Mijn beste Charles, hier kon jij onmogelijk iets aan veranderen!". Padre Van der Goten gaf de stervenden de absolutie.

Vijf kleine teams despatchers, onder leiding van Majoor Ledant, namen deel aan de bevrijding van de burgers. Tijdens de voor- en namiddag voerden zij opdrachten uit in Stan zelf, en in de onmiddellijke omgeving. Zij droegen veel bij tot de veiligheid van de colonne vluchtelingen die zich naar het vliegveld begaf. Majoor Minne kreeg de opdracht om zo vlug mogelijk op te rukken naar het "Hotel des Chutes". Onderweg stuitte hij op een vrachtwagen vol met krijgslustige Simba's. De Simba's openden onmiddellijk het vuur dat echter op hetzelfde ogenblik door de Recce jeeps beantwoordt werd.

Om 0900Hr klonken vuurschoten uit de richting van de brug over de Tshopo. De Colonnes van de Ommegang hadden tijdens hun nachtelijke vordering veel tegenstand te verwerken gekregen en waren met verschillende uren vertraging uiteindelijk in Stan toegekomen. Toen de radioverbinding met Lima One uiteindelijk tot stand was gekomen seinden de Para's dat het kamp Ketelé verlaten was aangetroffen. Minder dan drie uur na de aankomst van de vliegtuigen werden de eerste vluchtelingen naar het vliegveld overgebracht. Kolonel Vandewalle begaf zich om 0930Hr naar de luchthaven en zocht contact met de para-commando officieren. Er werd beslist dat de Colonnes van de Ommegang naar de plaatsen buiten de stad te sturen, waar mogelijk blanken verscholen of gevangen zaten. Er dient opgemerkt te worden dat Stan, (althans het gedeelte op de linkeroever), pas dagen na de 24 november in handen viel van de Ommegang.

De 11 Cie had ondertussen inlichtingen ingewonnen en zij deelden zich in pelotons in om de stad uit te kammen, en de overlevenden van de Rue Ketelé weg te brengen. Op hetzelfde ogenblik besloot Kolonel Laurent zich naar het "Hotel des Chutes" te begeven om te overleggen met Kolonel Vandewalle over ieders verantwoordelijkheden in Stan. Als scheidingslijn zou de Djubu-Djubu rivier dienen. De Colonnes van de Ommegang zouden het stadsgedeelte ten oosten van de rivier controleren, terwijl de Para-Cdo's het vliegveld en het deel ten westen zouden bezetten. Laurent nam afscheid van zijn collega en keerde terug naar het vliegveld. De stad werd gezuiverd en alle gijzelaars naar veiliger oorden gebracht. Als gevolg van informatie die aan Laurent verstrekt werd, besloot hij om Paulis, (Dragon Noir), als volgende doelwit uit te kiezen. Om 1530Hr stemde Kolonel Marlière toe met deze beslissing.

De operatie "Dragon Rouge" en "Dragon Noir" waren humanitaire operaties, reddingsoperaties. De Para-Cdo's konden in geen geval deelnemen aan de herovering van Congo en het ANC ondersteunen. De hoogste zwarte Officieren trachtten tevergeefs Laurent te overtuigen om in Congo te blijven en hen te helpen gans de zone, die door rebellen bezet was, te bevrijden.

Op 25 november om middernacht kwam vanuit Brussel het uitvoeringsbevel voor "Dragon Noir".